Bezinning ZO 26 Mrt

Verbondenheid in onzekere tijden

Crisis en onzekerheid, angst en ontevredenheid. Dat zijn de woorden die vaak gebruikt worden om de sfeer te beschrijven waarin we nu leven. De pandemie, de oorlog, de milieuproblematiek, het populisme: ze zetten onze samenleving in een ander licht. Zekerheden gaan eraan. Het gevoel van bedreiging dringt zich op. Je kunt je overgeven aan destructief pessimisme, of je kunt de barsten in onze zelfverzekerdheid zien als een grote wake-upcall. Een soort van laatste waarschuwing om niet langer te kijken en te handelen vanuit een of ander eigen profijt, maar in plaats daarvan naar verbinding en eenheid te zoeken.

Door: Joris Vercammen

Dat is ook zo voor ons streven naar meer oecumenische verbondenheid. Kerken die zich terugtrekken op de gefantaseerde veiligheid van een verondersteld eigen gelijk, werken slechts de unheimische gevoelens van verlatenheid in de hand. Als we geloven dat het God is die het initiatief tot de kerk neemt, dan moeten toch alle pogingen om dat initiatief van God op te sluiten in door mensen bedachte structuren en dogma’s als erg relatief voorkomen. Wie denkt er vaste zekerheden aan te ontlenen, moet eerder de wanhoop nabij zijn dan de Allerhoogste. Onze samenleving kijkt trouwens niet naar de christenen om meer zekerheid te vinden.
Als men al naar de christenen kijkt, dan is het omdat men veronderstelt dat zij misschien wel perspectief kunnen bieden in deze moeilijke tijd.

Welk perspectief zouden wij dan te bieden hebben? In elk geval niet het perspectief van pasklare oplossingen, want die hebben we zelf ook niet. Het enige waar we misschien wel een gevoel voor hebben is verbondenheid. Inderdaad: we hebben er wellicht meer gevoel voor dan dat we er verstand van hebben.

Verbondenheid is als de jongen of het meisje waarop je zomaar verliefd kunt worden. Ze is niet te organiseren, ze wordt gevonden. Tenminste als je ervoor openstaat. Je kunt er wel de goede voorwaarden voor scheppen. Je hart moet er wel voor openstaan. Verbondenheid is nooit theoretisch, het heeft niets van doen met enig -isme. Ze is praktisch, ze gebeurt vooral als je er niet bewust mee bezig bent. Tenminste als je leeft met een open vizier. Dat is namelijk cruciaal: die wijze van kijken.

Henk Haenen, de kenner van de Afrikaanse filosofie en auteur van een boek over Nelson Mandela en ‘Ubuntu’, stelt dat wij in het westen een ’schele blik’ ontwikkeld hebben. Door het absolute vertrouwen in analyses, definities, structuren en dogma’s is onze blik op mens en wereld verstoord geraakt. In de kerken is het vaak niet anders. Zoals bij scheelzien de balans tussen de oogspieren verstoord is. Van de Ubuntu-filosofie leren we dat we als mens precies bevestigd worden door de menselijkheid van anderen te erkennen. Dat is ook zo voor ons christen-zijn, volgens mij. Wij worden als christen bevestigd door het christen-zijn van andere christenen te erkennen. De verbondenheid is er al. Oecumene is al een feit. Maar dogmatische scheelkijkers hebben het moeilijk om dat ook te zien.

Oecumene is wat anders dan het individualistische ‘ik denk, dus ik besta’ dat we aan Descartes overgehouden hebben. Vaak wordt het beleefd als: wat ik denk biedt mij bestaanszekerheid! Het eigen gelijk als vertrekpunt nemen tast dus je ogen aan en zet je als vanzelf op de weg van het isolement. Hoe anders gaat het eraan toe als Afrikanen bijvoorbeeld muziek maken. Het gaat nooit om de uitvoering als een opzichzelfstaande activiteit. Samen muziek maken is de expressie van de spontaan ervaren verbondenheid met elkaar, met voorouders, met mensen die nog niet geboren zijn, met de kosmos, met God. Het is een feest van herkenning: samen mensen te zijn, dankbaar om deze aarde die ervaren wordt als het gemeenschappelijke huis. Mens-zijn als een cadeau, verbondenheid is er de vrucht van.

Die spontaneïteit zou ik ook ons als christenen toewensen. Soms zie ik haar al aan het werk. Overal waar christenen spontaan met elkaar op pad gaan, niet gehinderd door overtuigingen en daaruit volgende regelarij. In het samen vieren, onder welke vorm dan ook, ervaart men de verbondenheid als een gegeven. Het is de vrucht van een geloof dat aanvoelt als een cadeau. Een feest van herkenning: samen christen te zijn, dankbaar om de Kerk als ons gemeenschappelijke thuis waartoe God het initiatief neemt. ‘Kerk’ schrijf ik bewust met een hoofdletter: zij verdient dat omdat ze Gods Kerk is.

De eenheid onder de christenen wordt niet zozeer bevorderd door allerlei initiatieven, alhoewel die natuurlijk kunnen bijdragen aan de noodzakelijk oogcorrectie. De focus dient verlegd, het vizier bijgeslepen zodat het perspectief op de ander mogelijk wordt. Oecumene is vóór alles een spirituele opdracht, die vertrekt bij het jezelf laten verrassen door de al aanwezige verbondenheid. Als kerken (met een kleine letter!) die verbondenheid tot zich laten spreken, dan worden ze meteen bevrijd uit het dogmatisch isolement van te vaste overtuigingen, over zichzelf en over de anderen, en misschien zelfs over God zelf.

Zei kardinaal Walter Kasper niet dat hét probleem van de kerk én van de oecumene, eigenlijk de godsverduistering is die als een hinderlijke wolk over onze cultuur hangt? Als hij bedoelt dat wij een donkere wolk van zware overtuigingen tussen God en ons eigen bestaan geplaatst hebben, kan ik de kardinaal goed volgen. God is geen kwestie van overtuiging, maar een ervaring van verbondenheid. Voor wie die ervaring toelaat, lost de dreigende wolk snel op. Met God komt ook de ander weer in het vizier en de Kerk als gemeenschapshuis voor alle christenen wordt een reëel perspectief.

Verbondenheid is dus een gegeven, maar dat wil niet zeggen dat het verlaten van het eigen eiland niet eng kan voelen. Soms is er een crisis nodig vooraleer we dat avontuur echt aan willen gaan. In die crisis lijken kerken in het Westen zich nu wel te bevinden. Het zou zonde zijn de kansen die ze biedt voorbij te laten gaan. Zou dat ook niet onze missie als christenen in deze tijden van godsverduistering verdiepen? Dat we het voorleven dat de ruimte die we de verbondenheid gunnen, meteen ook het gevoel van dreiging en onzekerheid doet afbrokkelen. De actie ‘Kerkbalans’ adverteert met het feit dat kerken in deze tijd van crisis in de bres springen voor wie het moeilijk hebben. ‘Zo bouw je mee aan de kerk van de toekomst’, wordt eraan toegevoegd. Het lijkt me terecht. Maar als de kerken en christenen ook in de bres willen springen voor de toekomst van de samenleving, dan vraagt dat ook nog om een oogcorrectie. Om onderlinge verbondenheid te kunnen zien. Dat is het toch wat zo onder druk staat in onze samenleving?

Dr. Joris Vercammen (1952) was van 2000 tot 2020 oud-katholiek Aartsbisschop van Utrecht.

Boekgegevens
Voor meer informatie over het boek van Henk Haenen:
– Titel: Ubuntu en Nelson Mandela. Afrikaanse filosofie van verzoening
– Uitgeverij: Damon, Budel, 2016
– Voor meer informatie of om dit boek te bestellen: klik hier.

BERNE
Bent u door het lezen van dit artikel, dat eerder werd geplaatst in BERNE (voorjaar 2023), geïnteresseerd geraakt in BERNE, vraag dan een abonnement aan bij: secretariaat@abdijvanberne.nl. Of bij het secretariaat van de Abdij van Berne, Abdijstraat 49, 5473 AD in Heeswijk. Losse exemplaren vindt u ook in Berne Boekhandel in de Abdij/Priorij de Essenburgh/Sint Catharinadal en in de verschillende parochies van de Norbertijnen.

Reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Anderen lezen ook

Bezinning
Onze toekomst: de bal ligt bij de mens
Lees verder DO 21 Dec
Inspiratie
Verslagen maar toch hoopvol naar morgen
Lees verder DO 30 Nov
Inspiratie
100 jaar missiewerk norbertijnen van Berne in India
Lees verder DI 10 Okt
Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief