Inspiratie DI 18 Jun

En de boer ploetert verder

Al enkele jaren worden we regelmatig geconfronteerd met regionale, nationale en internationale protesten van de agrarische sector. Wat betekent de onzekerheid voor de mens achter de agrariër en met welke toekomstverwachtingen kan er naar morgen gekeken worden?

Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Norbertijnse betrokkenheid
Voor mijn gedachtevorming ging ik te rade bij norbertijn Gerlacus van den Elsen (1853-1925). Hij droeg begin vorige eeuw daadwerkelijk bij aan de ontwikkeling van de agrarische sector, met een sterke nadruk op de coöperatieve gedachte. De problematiek van toen verschilt in de kern eigenlijk niet zo veel van die van nu.

Individueel konden de boeren begin twintigste eeuw niet veel beginnen en van de overheid konden ze, bij afwezigheid van een landbouwbeleid, ook geen steun verwachten. Dat het boerenprobleem daarnaast een sociale en maatschappelijke dimensie had, werd door de groepen niet gezien: dat het ook ging om de plaats van de boeren in de samenleving, om behoorlijk inkomen voor de gezinnen, om scholing en voorlichting, om nieuwe verhoudingen op het platteland, om rechtvaardige economische verhoudingen waardoor innovatie en verbetering beloond en niet met een hogere pacht bestraft werden. Kortom: de landbouwer moest centraal komen te staan, niet de landbouw.

De crisis in onze tijd
Ook onder de stikstofcrisis die zo veel stof deed opwaaien en die ons land (en ook omgevende landen) in rep en roer brengt, gaat volgens mij een andere existentiële crisis schuil. Van alle kanten werd en wordt verteld dat we alles kunnen krijgen wat we willen en daar ook recht op hebben. ‘Economische groei’ is jarenlang het allesbepalende dogma geweest en natuurlijk willen we altijd ‘beter’ en ‘meer’! Maar we zijn domweg te veel van onze aarde gaan vragen en we weten dat het zo niet langer kan. Dat zorgt voor onbehagen en angst, een doemscenario waar we niet aan willen en dat we ook met omgekeerde vlaggen niet kunnen verhullen.

Ik denk dat de ooit zo machtige boerensector zelf ook aan de huidige malaise heeft bijgedragen. Is er niet te laat gezocht naar economisch rendabele oplossingen voor uitdagingen op het gebied van klimaat en stikstof? De afgelopen jaren heeft de politiek dat ingevuld zonder oog voor een verdienmodel. Vanaf vijf jaar geleden staat alles nagenoeg stil. Funest voor de sector en zeker voor jonge boeren, die twijfelen over hun toekomst in onze regio’s.

Ik begrijp de pijn van boeren die nu de rekening gepresenteerd krijgen. Maar ook is het waar dat zij niet zouden kunnen boeren zonder de groeikracht van Moeder Aarde en het web van het leven waarin alles met alles samenhangt. Daarom is het zorgelijk dat de stikstofcrisis voor een belangrijk deel wordt ontkend. Het is ronduit gevaarlijk dat er valse profeten zijn die luidkeels verkondigen dat er geen klimaatprobleem is. Die de resultaten van wetenschappelijk onderzoek ontkennen en naast zich neerleggen. De verduurzaming van de landbouw is in de politiek een ongenuanceerde strijd geworden. Aan de ene kant klinkt het geluid dat als we niet verduurzamen de aarde ontploft, aan de andere kant dat al die milieumaatregelen gekkigheid zijn en dat de boer met rust gelaten moet worden. Stikstof is niet een probleem van de boeren alleen, maar van ons allemaal, net zoals de klimaatcrisis. De pijn van de boeren moet daarom de pijn van ons allemaal zijn. Te gemakkelijk wordt gewezen in de richting van de agrarische sector, alsof alleen daar het probleem zou liggen. Ook zit er een ongelijkheid in de oplossingstermijnen: terwijl de stikstofreductie binnen de agrarische wereld vóór 2030 met de helft moet worden teruggebracht, krijgt een bedrijf als Tata Steel dertig jaar om van zijn kwalijke stoffen af te komen.

Duurzame landbouw
Het valt niet te ontkennen dat we de landbouw nodig hebben om in ons voedsel te voorzien. Bovendien geldt heel nadrukkelijk ook dat boeren de dupe zijn van een systeem dat te afhankelijk is van de invoer van supergoedkoop veevoer uit derdewereldlanden. Duurzaamheid moet ook sociaal-economisch verantwoord zijn. Boeren en de natuur zijn de grote verliezers in deze crisis, terwijl distributieketens en agro-industrie aan de winnende kant blijven staan. Het is opvallend dat in nagenoeg elk landbouwdebat juist de verliezers tegenover elkaar staan. Zo wordt er gemikt op de verkeerde vijand. Het is in het belang van de boeren om af te stappen van een systeem waarin zij louter prijsnemers zijn, in plaats van prijszetters. Ze zijn compleet afhankelijk van distributieketens voor de afzet van hun producten en van aanvoerketens voor grondstoffen, pesticiden en mestproducten. In de tijd van voedselcrisis boeken de grote bedrijven monsterwinsten, door te hoge kosten door te rekenen of producten kunstmatig duurder te maken. Door die winsten af te romen zou de boer een correcte prijs voor zijn werk krijgen en zou voedsel voor de consument betaalbaar blijven.

Allemaal zullen we stappen terug moeten doen om onze uitgeputte en geschonden aarde rust te gunnen en kans op herstel. We moeten eerlijke prijzen betalen voor eerlijke producten en met minder luxe genoegen nemen. Dat is de pijnlijke boodschap die door leiders met visie en verantwoordelijkheidsgevoel duidelijk en ondubbelzinnig gebracht moet worden. Gelukkig is dat ook een hoopvolle boodschap. Als Moeder Aarde gezond is zal zij ons en onze kinderen dag in dag uit het leven schenken.
Zonder een strategische visie van de overheid op voedsel en landbouw weet niemand waar hij aan toe is. Zorg bij een sterke reductie van de sector voor een sociaal plan. Als je pleit voor kleinschalige landbouw: zorg dat daar een verdienmodel tegenover staat. Als je een pleidooi houdt voor een correcte prijs voor ieder product: neem maatregelen tegen retailers die de prijsstelling gebruiken om hun aandeel te vergroten.

Het knaagt aan mensen
De oude generatie agrariërs is begonnen toen er nauwelijks sprake was van een groene beweging. Er waren weinig regels, ze konden bijna doen wat ze wilden. Nu zijn er veel regels die om de haverklap veranderen, is het moeilijk om door de bomen het bos te zien. Stikstofcrisis, dreiging van onteigening, een gebrek aan opvolgers: veel agrariërs leven in angst en in langdurige onzekerheid. De telkens wisselende wet- en regelgeving, waardoor boeren niet weten waar ze aan toe zijn, is funest. De toekomst is onduidelijk, er is geen perspectief. Dat vreet aan mensen. In de afgelopen jaren hebben we schrijnende verhalen kunnen optekenen. Zo hoorde ik: “Al sinds meerdere generaties werken en wonen we op een levensvatbaar bedrijf, we leggen er heel onze ziel en zaligheid in en nu worden we afgeschilderd als de grootste vervuilers van de wereld. Daar komt bij dat de bank ons geen geld wil geven omdat we dicht bij een Natura 2000-gebied zitten.” Je wilt niet weten wat dat met die mensen en hun gezinnen doet. Je voelt je dan aan alle kanten klem zitten. Ik denk dat heel veel mensen zich niet realiseren dat veel boeren een geïsoleerd bestaan leiden. Ze zijn lange dagen alleen aan het werk op hun land, terwijl er in hun leven zoveel speelt: werkdruk, onzekerheid over de toekomst, gevolgen van ziektes onder dieren en/of gewassen, hun opvolging… en dan moeten ze ook nog eens opboksen tegen het huidige negatieve sentiment. Er wordt soms tegen de boeren tekeergegaan alsof ze totaal los zouden staan van de samenleving. Dit raakt niet alleen henzelf, maar ook hun gezinnen en leidt soms tot de meest dramatische reacties. Is het dan verwonderlijk dat jonge boeren een uitstervend ras dreigen te worden?

Een echte dialoog
In 2015 verscheen de encycliek Laudato Si’ van paus Franciscus. Vorig jaar luidde hij opnieuw de alarmklok over het klimaat. Hij pleit met kracht voor integrale ecologie en een ecologische bekering die leidt tot inzet voor brede en diepe duurzaamheid. Breed omdat het gaat om vermindering van zowel milieuvernietiging en klimaatverandering als van armoede, ongelijkheid en conflict. En diep omdat het niet alleen gaat om technische en bestuurlijke maatregelen, maar om een fundamentele verandering van de manier waarop we met elkaar en met de aarde omgaan.

Paus Franciscus pleit voor een noodzakelijke echte dialoog. Wat wil hij met zo’n dialoog bewerkstelligen? Het eerste dat je nodig hebt is bescheidenheid en terughoudendheid. Ten tweede heb je luisterbereidheid nodig, want je gaat niet in gesprek over een probleem, maar met een ander. We hoeven het niet eens te zijn, maar door te luisteren kan er iets nieuws ontstaan. Ten derde is het van belang om intelligente vragen te stellen. Zeg dus niet: “Ik weet het al”, maar stel vragen. Daaruit kan vertrouwen ontstaan, omdat de ander merkt dat je luistert en oprecht geïnteresseerd bent. Er is dus genoeg werk aan de winkel.

Denis Hendrickx is abt van de Abdij van Berne      

Bent u door het lezen van dit artikel, dat eerder werd geplaatst in BERNE (zomer 2024), geïnteresseerd geraakt in BERNE, vraag dan een abonnement aan bij: secretariaat@abdijvanberne.nl. Of bij het secretariaat van de Abdij van Berne, Abdijstraat 49, 5473 AD in Heeswijk.

Reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 reactie

  1. Inderdaad. Luister naar elkaar. En stel vragen, hoe kritisch ook maar met respect voor de ander.
    En toets.
    Goed stuk.
    Hartelijke groet,
    Paul Vos

Anderen lezen ook

Inspiratie
Stichting Vrienden van de Abdij van Berne organiseert tweede Vriendendag
Lees verder DI 11 Jun
Bezinning
Onze toekomst: de bal ligt bij de mens
Lees verder DO 21 Dec
Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief