Het traktaat De Musica (Over de Muziek) van Augustinus

De vraag waar Augustinus in De Musica een antwoord op wil geven is: “Hoe te komen van het lichamelijke en geestelijke, maar tegelijkertijd veranderlijke, tot het onveranderlijke, dat wil zeggen: tot de onveranderlijke Waarheid, God. Hoe kan men inzicht verkrijgen in de ‘onzichtbare kenmerken’ van God?”

Door: Frank van Roermund o.praem. | Foto’s: Unsplash (boven en rechtsmidden) en Wikipedia (linksmidden)

Augustinus omschrijft muziek als volgt: “Muziek is kennis van de juiste vormgeving.” Hij vindt dat iets genoeglijk overkomt als het juist is vormgegeven. En iets is juist vormgegeven als het beantwoordt aan een zekere intrinsieke ordening. De aandacht wordt zo verlegd van kennis van de juiste vormgeving naar kennis van die intrinsieke ordening. Welnu, die intrinsieke ordening openbaart zich als getalsmatigheid, ofwel: de interne regelmaat in muziek laat zich uitdrukken in getallen. Met de introductie van de getallen wordt ook meteen duidelijk waarom voor Augustinus het verstand zo’n belangrijke rol speelt: het is door middel van het verstand dat men tot werkelijk inzicht komt ten aanzien van die getalsmatigheid. Muziek mag dan misschien zonder dat inzicht gevoelsmatig goed in de oren klinken; zonder inzicht genieten is naar zijn mening niet meer dan een gemankeerd genieten. Genieten met verstandelijk inzicht, dus ook wetende waaróm men geniet, is een hoogwaardig genieten.

De begeerlijkheid van muziek is voor Augustinus dus ten diepste gelegen in haar getalsmatig karakter. De wereld der getallen is als het ware een venster op een andere, onzichtbare werkelijkheid. Om deze werkelijkheid is het Augustinus te doen. Kennis van de wetmatigheden der getallen leidt tot kennis omtrent die onzichtbare werkelijkheid.

De analyse van de relatie tussen muziek en getallen en van de wetmatigheden onder de getallen, levert op het eerste gezicht niets concreets op. Dat wil zeggen, niets dat in directe zin relevant lijkt te zijn in de lijn van het hele betoog. Allerlei soorten verhoudingen worden geïdentificeerd. Daarbij zegt Augustinus dat de eerste vier getallen – één, twee, drie en vier – wel in een heel bijzondere relatie tot elkaar staan, hetgeen bij uitstek tot uitdrukking wordt gebracht in het getal tien, de som van deze vier. Want specifiek dit getal tien blijkt – zegt Augustinus – een zeer prominente rol te vervullen in de ordening der getallen. Tot hiertoe gaat het alleen maar over getallen. Essentieel is nu de opmerking die Augustinus maakt ten aanzien van de relatie die dit alles heeft met de wereld: de bij de getallen onderkende ordening – in het bijzonder die bij de eerste vier getallen – bewerkt op analoge wijze eenheid in álles wat juist geordend is. Dit correspondentieprincipe legt volgens hem de relatie tussen de orde in de abstracte wereld en de orde in de zintuiglijk waarneembare wereld. Maar hoe nu juist de getallen één, twee, drie, vier en tien concreet een rol zouden spelen, wordt pas helder als we een en ander bezien – zoals Augustinus doet – in het perspectief van Pythagoras’ getallenleer.
Daarin wordt een mystieke relatie verondersteld tussen die getallen één, twee, drie, vier en tien en de wereldordening, die op haar beurt beeld is van en verwijst naar de ultieme oorsprong van alle eenheid en harmonie: het Ene, ofwel God.
De bemiddelende rol die getallen vervullen tussen de zintuiglijk waarneembare wereld en een onzichtbare werkelijkheid, wordt hier dus nader toegespitst: de onderlinge samenhang en
harmonie, in het bijzonder tussen de getallen één, twee, drie, vier en tien, wordt gezien als een directe verwijzing naar God.

Aansluitend op de verhandeling over de getallenleer legt Augustinus zich een beperking op ten aanzien van het vervolg van het traktaat: hij zal zich vanaf nu beperken tot dat wat zintuiglijk waarneembaar is. Augustinus wil de lezer immers, uitgaande van het lichamelijke en geestelijke maar tegelijkertijd veranderlijke, leiden tot het onveranderlijke, tot God.
Dat beginpunt, het ‘lichamelijke en geestelijke maar tegelijkertijd veranderlijke’, moet dan wel door die lezer kunnen worden gekend, dat is: kunnen worden waargenomen. Dit nu geldt in het bijzonder ook voor muziek.
Een belangrijke eerste gevolgtrekking is dus: muziek is getalsmatig geordend, de ordening der getallen verwijst naar God, dus muziek verwijst naar God.

Augustinus gaat vervolgens verder met een zeer uitvoerige en systematische identificatie en rangschikking van allerlei denkbare ritmes in lichaam en ziel, met als voorlopig resultaat: één soort in het lichaam, de klinkende ritmes, en vier soorten in de ziel: de gememoriseerde, de gecreëerde, de creërende en de beoordelende ritmes. Het is Augustinus’ uiteindelijke bedoeling
om samen met de lezer de sprong te maken van het vergankelijke naar het onvergankelijke. De vraag is dus: hoe kunnen we vanuit de wereld van de ritmes de stap naar het onvergankelijke zetten? Met andere woorden: zijn er onvergankelijke ritmes? Geen van de vijf tot nu toe geïdentificeerde ritmes voldoet aan dit criterium. Augustinus introduceert daarom nog een nieuw soort ritme, dat waarmee verstandelijk wordt geoordeeld.
Dit voldoet wél aan de voorwaarde van onvergankelijkheid. Het behoort uitsluitend aan het verstand en overstijgt daarmee het domein van het zintuiglijke. Het zijn déze ritmes die toegang zullen verschaffen tot het domein van het goddelijke.

Hier komt die eerder genoemde gevolgtrekking weer in beeld: muziek is getalsmatig geordend, de ordening der getallen verwijst naar God, dus muziek verwijst naar God. Het is immers het verstand dat inzicht kan verschaffen in de getalsmatige ordening, en het verstand doet dit aan de hand van de zojuist geïntroduceerde beoordelende ritmes. De vraag die nu moet worden beantwoord is dus: op welke manier heeft het verstand toegang tot deze onvergankelijke, beoordelende ritmes, waar zijn die te vinden?

Voor Augustinus is duidelijk dat hier het geheugen een belang-rijke rol vervult. Het fungeert als de bewaarkamer van de ziel, of misschien beter: als een brandpunt waar alles samenkomt. Zo worden in het geheugen onder invloed van zintuiglijke waarnemingen beelden gevormd. Maar daarnaast ontvangt het geheugen ook geestelijke beelden die ‘van boven’ komen. Verstandelijke herkenning van regelmaat en harmonie gebeurt zoals gezegd aan de hand van de beoordelende ritmes.
Ook deze moeten zich op een of andere manier doen kennen in het geheugen, maar zij hebben hun oorsprong niet in het lichamelijke, maar in wat de ziel ver overstijgt, in regionen ver buiten ruimte en tijd. In feite is hier dus sprake van een cascade van oorzakelijkheid die begint bij God en eindigt in het ontmoetingscentrum van de ziel, het geheugen.
Deze hele beweging, die stuwing van de ziel omhoog naar God, naar inzicht in de onveranderlijke waarheid, bestaat daarom in zekere zin bij de gratie van het geheugen, waarin de blauwdruk van die innerlijk op God gerichte beweging moet zijn vastgelegd.

Zo geven van alle denkbare ritmes uiteindelijk alleen de verstandelijk beoordelende ritmes toegang tot een werkelijkheid die de menselijke ziel overstijgt: de onveranderlijke Waarheid die is in God. Dit is de waarheid waarop de ziel zich dient te richten. De innerlijke harmonie die met het verstand in muziek kan worden onderkend, mag gelden als een van de ‘onzichtbare kenmerken’ van God. Omdat het verstandelijk begrijpen van muziek zijn aanvang neemt in het zintuiglijke, verschaft de interactie van de ziel met de verstandelijk beoordelende ritmes voor Augustinus het rationele fundament onder de esthetische ervaring van het genieten van muziek.

Frank van Roermund o.praem. is administrator van de Abdij van Berne. Dit artikel is een beknopte weergave van zijn afstudeerscriptie Theologie aan de Universiteit van Tilburg.

Bent u door het lezen van dit artikel, dat eerder werd geplaatst in het kwartaalblad Berne (voorjaar 2026), geïnteresseerd geraakt in Berne, vraag dan een abonnement aan bij: secretariaat@abdijvanberne.nl.

Reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Anderen lezen ook

Inspiratie
Hoe vind je de juiste balans tussen geven en ontvangen?
Lees verder DO 22 Mei
Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief